DUO Kempkensberg: locatie met historie

[Bijgewerkt 26-07-2015] Dat de Kempkensberg beladen is met geschiedenis, heeft voor Groningers weinig toelichting nodig. Elk jaar op 28 augustus wordt het Gronings Ontzet of Bommen Berend gevierd. Genoemd naar de bisschop van Münster die in 1672 de stad vanaf de Kempkensberg bijna een maand lang belegerde. Ondanks die bekendheid mogen in deze serie over de DUO-toren en zijn omgeving een paar historische voetnoten niet ontbreken.

Voor mij, als buurtbewoner met belangstelling voor architectuur, is het DUO cruiseschip een fascinerend gebouw. Het heeft ook mijn interesse gewekt voor de geschiedenis van dit stukje stad. Daar wist ik tot voor kort weinig of niets van. Na een zoektocht in uiteenlopende bronnen kwam ik tot onderstaande compilatie.

Gezicht op Groningen

Om te beginnen, hoe zag die Kempkensberg er in vroeger tijden eigenlijk uit? Geen gemakkelijke vraag, zo bleek al gauw. Uiteindelijk vond ik in het boek Groningen 1040 – in hoofdstuk 6 Koningsgoed in Groningen door P.N. Noomen -, een prachtige gravure uit 1572 van Georg Braun en Franz Hogenberg. Het is een stadsgezicht van Groningen, gezien vanuit het zuiden in vogelperspectief. Op deze panorama-afbeelding zijn o.a. de oude Hereweg en Oosterweg te herkennen. Daartussenin ligt een enigszins geaccidenteerd terrein, met een paar huizen en twee molens. Historicus Gerard Offerman vermeldt dat volgens verschillende beschrijvingen het gebied tussen Helpman en de stad inderdaad nogal heuvelachtig was (Literatuur, 20, p. 11). Maar hij merkt ook op dat ‘veel aangezichten op steden uit die tijd vanaf heuvels gezien getekend werden, of deze er nu waren of niet’. (Literatuur, 20, p. 12). Natuurgetrouw of niet, de gravure geeft een fraaie indruk hoe de omgeving er in die tijd kan hebben uitgezien. Rechts op de prent ligt een omheind stuk grond met enkele huizen. Dat is waarschijnlijk het ‘kampje bij de Kempkensberg’ dat Noomen in zijn tekst noemt (Literatuur, 19, p. 132). Het zou kunnen dat de naam Kempkensberg is afgeleid van dat kampje (kempken), al heb ik dat nog nergens met zoveel woorden gelezen.

braun_hogenberg_groningen1572_x Gezicht op Groningen, 1572. Gekleurde kopergravure uit de stedenatlas van Georg Braun en Franz Hogenberg (Dl. I: Civitates Orbis Terrarum).  (Bron: http://historic-cities.huji.ac.il/netherlands/groningen/maps/braun_hogenberg_I_21_1.html)

De bekende Groninger Encyclopedie van K. (Kornelis) ter Laan houdt het op een korte omschrijving: ‘heuveltje aan de Hereweg, afgegraven 1673 en 1688-’92’. Vervolgens worden vier krijgsheren genoemd die speciale belangstelling hadden voor deze locatie. We komen ze straks nog tegen. Bij de latere afgraving van de Kempkensberg blijft er nog een kleine verhoging over. Die Galgenberg wordt tot 1811 gebruikt voor executies van niet-militairen. (Het leger had zijn eigen gerechtsplaats in de Jacobijnendwinger, waar het tegenwoordige Ciboga-terrein ligt). Wanneer je nu door de nieuwe stadstuin wandelt, aan de voet van de DUO-toren, kun je je moeilijk voorstellen dat dit ooit het toneel was van bloedige belegeringen en openbare terechtstellingen. Gelukkig zijn het nu andere tijden.

Er gaat niets boven Groningen…

De prehistorische pioniers moeten het al gedacht hebben, toen zij voor kortere of langere tijd op de noordkaap van de Hondsrug verbleven. Het is inderdaad een unieke plek, op de grens van twee heel verschillende landschappen: in het zuiden de Drentse zandgronden, in het noorden het oorspronkelijk Friese zeekleigebied. De Hondsrug werd vroeger geflankeerd door twee rivieren: de Hunze in het oosten en de Drentsche Aa in het westen. (De namen Hondsrug en Hunze zijn vermoedelijk allebei in verband te brengen met het oude woord ‘Hon’: moeras.) (Zie deze link, onder Hunzeloopje). Hun gemeenschappelijke, kronkelende benedenloop had nog een open verbinding met de zee. Nadat deze zeearm werd bedijkt en deels gekanaliseerd kreeg hij de naam Reitdiep. Op de hoger gelegen Hondsrug, die tot in de late middeleeuwen werd omgeven door onbegaanbare veengebieden en moerasbossen, lag de belangrijkste landroute, zowel naar het zuiden (naar Drenthe en Duitsland, via het strategisch gelegen Coevorden) als naar het noorden (de Friese Ommelanden). De oudste sporen van bewoning binnen de stad Groningen werden in 1985 gevonden in de Oosterpoortwijk, op 1 km afstand van de Kempkensberg: enkele kuilen met houtskoolresten die konden worden gedateerd op ongeveer 3950-3720 jaar v. Chr. (Literatuur, 15, 34-35; en Wikipedia artikel over Groningen). Maar de officiële geschiedschrijving van de stad begint pas vele eeuwen later.

Hondsrug en gasbel

Het Hondsrugsysteem bestaat uit vier langgerekte, parallelle heuvels van zand en keileem. Van oost naar west: de Hondsrug, de rug van Tynaarlo, de rug van Rolde of Sleen en de rug van Zeijen. De oostelijk gelegen Hondsrug is de grootste en strekt zich uit van Klazienaveen tot voorbij Groningen, ca. 70 km lang. Bij Emmen is hij ca. 3 km breed met een hoogte van 26 m boven NAP. Naar het noorden toe wordt de rug steeds smaller en lager. Bij Groningen is hij nog maar enkele honderden meters breed, bij een hoogte van 5-10 m. In de stad Groningen ligt het hoogste punt bij – zoals de naam al aangeeft – het Hoogstraatje, op gemiddeld 8,2 m AHN (volgens de postcodetool van het Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN). Aan de zuidkant, op de voormalige Kempkensberg is de hoogte nu ongeveer 4-5 m AHN. Omdat de heuvel in het verleden is afgegraven zal hij ooit hoger zijn geweest. Maar hoe hoog – en hoeveel er is afgegraven – dat blijft gissen. Ik heb er geen aanwijzingen over gevonden. Over de oorsprong van deze reeks zandruggen is lange tijd veel gespeculeerd, maar een sluitende verklaring was er tot dusver niet. Recent onderzoek van geologisch onderzoekers Enno Bregman en Florian Smit heeft daar meer duidelijkheid in gebracht (Literatuur, 2). Zij vonden sterke aanwijzingen dat de heuvels zijn ontstaan aan het eind van de voorlaatste IJstijd (het Saalien, ca. 150.000 jaar geleden). Onderin een snel bewegende ijsstroom, uit NW-ZO richting, werd eerder afgezet zand en keileem gemodelleerd tot kaarsrechte ruggen (zogenaamde megaflutes). Dat klinkt vrij simpel, maar in werkelijkheid gaat het om een zeldzaam en heel complex fenomeen. Een artikel van wetenschapsjournalist Han Oomen (Literatuur, 21) geeft een goede samenvatting van Bregmans onderzoek. Hoe dan ook is de Hondsrug een bijzondere aardkundige structuur, die van grote invloed is geweest op de ontwikkeling van Groningen. Dat kan ook gezegd worden van een ander bodemverschijnsel, even verderop in de provincie. De aardgasbel die in 1959 bij Slochteren werd ontdekt heet de kurk van de Nederlandse economie en welvaart. Maar de afgelopen jaren komt ook een andere, grimmige kant van de aardgaswinning naar boven. Steeds vaker worden de Groningers opgeschrikt door aardbevingen. De schade in het gebied is al aanzienlijk. Sommige schokken zijn gevoeld tot in het stadhuis, bovenop de Hondsrug. Het toeval wil dat heel recent (9 jan. 2015) een rapport uitlekte van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Daarin wordt onomwonden gesteld dat er tot 2013 bij de gaswinning onvoldoende rekening is gehouden met veiligheidsrisico’s voor de burgers. Zulk nieuws versterkt natuurlijk het toch al bestaande beeld van Groningen als wingewest. (link1, link2, link3)

muurresten Helperlinie, mrt. 2014

muurresten Helperlinie, juli 2014

Helperlinie, apr. 2014

Natte Brug, Helpman apr. 2014

overgebleven muur Helperlinie, apr. 2014

overgebleven wal Helperlinie, apr. 2014

Villa Cruoninga

De afgelegen ligging van Groningen is de rode draad in het proefschrift van historicus en oud-gemeentearchivaris Jan van den Broek: Groningen, een stad apart (2007). Leidende gedachte is dat ‘… de perifere ligging van de stad Groningen ten opzichte van Utrecht, Brussel en Den Haag, de machtscentra waarmee zij die in de loop van de eeuwen te maken heeft gehad, van invloed moet zijn geweest op haar ontwikkeling. Groningen lag voor een aantal landsheren (al dan niet in spe) gewoon te ver weg’. En ‘Deze omstandigheid heeft niet alleen de ontwikkeling van Groningen beïnvloed, zij heeft ook haar uitwerking gehad op de aard van de stad en op de houding en denktrant van de Groningers.’  (Literatuur, 3, p. 4). In 1040 maken de Nederlanden deel uit van het Duitse (Heilige Roomse) Rijk. Op de punt van de Hondsrug, in de buurt van het huidige Martinikerkhof, is sinds ca. 700 een Drentse esdorp gegroeid. De naam van dat dorp: Cruoninga (Groningen) wordt voor het eerst genoemd in een giftbrief van de Duitse koning en keizer Hendrik III. Deze schenkt op 21 mei 1040 een landgoed in de Villa Cruoninga aan het bisdom van Utrecht. Die oorkonde is het oudste schriftelijke bewijs van het bestaan van de stad.

Frederik van Blankenheim

Achtereenvolgende bisschoppen van Utrecht hebben grote moeite om hun gezag in Groningen uit te oefenen. De in 1393 aangetreden bisschop Frederik van Blankenheim is vastbesloten om dat verre Groningen, dat hem niet als landsheer erkent, een lesje te leren. Hij trekt met een leger op naar het noorden. Groningen heeft door zijn ligging echter een belangrijk strategisch voordeel: omsingelen is niet mogelijk, er is maar één toegang: de Hereweg over de Hondsrug. De Groningers krijgen bovendien hulp van Ommelanders die ook weinig moeten hebben van bisschoppelijke bemoeienis met hun zaken. Volgens de Groninger Encyclopedie valt Van Blankenheim aan vanaf de Kempkensberg. Maar zijn belegering mislukt. Pas jaren later, in 1419, lukt het hem alsnog de erkenning van de Groningers te verkrijgen.

Maurits en Willem Lodewijk van Nassau

In de Groninger Encyclopedie is het vervolgens prins Maurits van Nassau die bij de Kempkensberg opduikt. Nederland is dan in opstand (*) tegen de onderdrukking door Philips II en het schrikbewind van Alva. Na de Pacificatie van Gent vertrekt het Spaanse – vooral uit Waalse huurlingen bestaande – garnizoen in 1577 uit Groningen. Het betekent echter niet dat de problemen over zijn. Van den Broek daarover: ‘In tegenstelling tot de meest prominente vertegenwoordigers van de Ommelanden heeft de stad Groningen de Unie van Utrecht niet ondertekend en heeft ze alleen gedurende de eerste tien jaren van de Nederlandse opstand wat halfhartig meegedaan met de strijd tegen de Spaanse koning.’ En: ‘[…] de religiekwestie [speelde] ook in Groningen wel een zekere rol, maar deze was toch niet zo belangrijk dat men andere belangen daarvoor in de waagschaal wilde stellen. Veel gewichtiger was de traditionele suprematie van de stad Groningen over de ‘Friese Ommelanden’ (Literatuur, 3, p. 518). In de onderlinge machtsstrijd (met als inzet het stapelrecht) zoeken de Ommelanden steun bij de Staatsgezinde opstandelingen. De Stad kiest in 1580 partij voor de Spaanse koning (verraad van Rennenberg). Dat laatste ziet graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland en van de Ommelanden als een groot gevaar. Hij bedenkt een plan om Groningen te isoleren en zo tot overgave te dwingen. Na een jarenlange schansenoorlog staan Willem Lodewijk en zijn neef Maurits op 22 mei 1594 voor de Groningse Oosterpoort. Het beleg duurt twee maanden. Terwijl de stad vanaf de Kempkensberg wordt beschoten, laat Maurits een vestingeiland (ravelijn) bij de Oosterpoort ondermijnen. Na de ontploffing is er weinig meer van over. Op 23 juli wordt de overgave vastgelegd in het Tractaat van Reductie (link1, link2) (**). Vanaf dan behoort ook de stad Groningen tot de Unie van Utrecht. Groningen en de Ommelanden gaan op in één nieuw gewest Stad en Lande, dat toetreedt tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

(*) Toevoeging woensdag 31 december 2014. In een ingezonden stuk in de Volkskrant van vandaag herinneren historici Coos Huijsen en Geerten Waling aan de toespraak van stadhouder Willem van Oranje in de Raad van State, het adviesorgaan van de Spaanse koning Philips II. Dat gebeurde op 31 december 1564, precies 450 jaar geleden. Die toespraak is volgens de schrijvers de basis voor de Nederlandse opstand tegen Spanje.

(**) Toevoeging donderdag 12 februari 2015. De “Reductie van Groningen” krijgt dezer dagen nieuwe betekenis. De Tweede Kamer debatteert vandaag met minister van Economische Zaken Henk Kamp over de wenselijke vermindering van de Groningse gaswinning. Ook de bodem zelf kwam even over 16.00 uur met een motie, precies tijdens het betoog van de minister werd een aardbeving gemeld bij Kropswolde / Hoogezand, met de kracht van 1.9 op de schaal van Richter.

door buurtbewoners handgemaakte replica van het Groote Griet kanon, mrt. 2009

zwerfkeien op de binnenplaats van het Noordelijk Scheepvaartmuseum, jan. 2015

herinneringsplaquette 1672, met ‘kanonskogel’, Rabenhauptstraat, jan. 2015

herinneringsplaquette Gronings Ontzet 1672, Rabenhauptstraat, jan. 2015

Groningen vestingstad

Vanwege de strategische ligging is Groningen van groot militair belang voor de Republiek. Tijdens het Twaalfjarig bestand wordt – met subsidie van de Staten-Generaal – geïnvesteerd in een forse vernieuwing van de verdedigingsgordel. Daarbij wordt het grondgebied van de stad sterk uitgebreid, zelfs verdubbeld. Deze grote stadsuitleg (1615-1624) staat centraal in het proefschrift van Elwin Koster: Stadsmorfologie (2001). Stadsmorfologisch onderzoek richt zich op de vormgeving en transformatie van ruimtelijke structuren, zowel van stedelijke als landelijke gebieden. Volgens Koster, specialist in architectuurgeschiedenis en geo-informatie, is modernisering van de fortificaties geen specifiek Groningse kwestie. […] ‘het ontwerpen en aanleggen van nieuwe fortificatiewerken was in die jaren aan de orde van de dag in de gehele Republiek. Op basis van de uit onder meer Italië geïmporteerde ideeën over defensieve werken ontwikkelde zich aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw een nieuw Nederlands stelsel’. (Literatuur, 17, p. 257) De uitleg vindt vooral plaats aan de noordzijde van de stad. Dat is opmerkelijk. De zuidflank van de stad is veel belangrijker, omdat daar meestal de dreiging te verwachten is. Op de website van Grunn.nl staat te lezen dat uitbreiding in zuidelijke richting het ongewenste gevolg zou hebben dat de afstand tussen de Kempkensberg – een beruchte aanvalsplek – en de vestingwallen zou worden verkleind. Dit argument wordt ook genoemd door Offerman (Literatuur, 20, p. 18) en Kampinga & Peerbolte (Literatuur, 13, p. 15). Elwin Koster signaleert een ander punt: ‘Over de zuidzijde wordt […] vrijwel geen discussie gevoerd, de nieuwe stadswal vervangt de bestaande fortificatiegordel. Aan deze zijde wordt nauwelijks gestreefd naar een uitbreiding van de stad naar het zuiden toe, wat in diverse opzichten de meest ideale situatie zou hebben opgeleverd. Alle partijen lijken het er over eens te zijn dat een snelle procedure wenselijk is voor de stad.’ (Literatuur, 17, p. 165). Snelheid, tijdwinst zou dan doorslaggevend zijn geweest. Uiteindelijk ligt er een nieuwe vestingwal, 7 km lang en 10 meter hoog, met zeventien bastions of dwingers en acht stadspoorten. Daarmee moet de stad tegen een stootje kunnen.

Bernard van Galen (‘Bommen Berend’) en Karel Rabenhaupt

Een stresstest van het nieuwe verdedigingswerk laat niet lang op zich wachten. In het Rampjaar 1672 raakt de Republiek in oorlog met Frankrijk onder Lodewijk XIV. De Zonnekoning wordt gesteund door Engeland, Zweden, Keulen en Münster. De bisschop van Munster, Christoph Bernhard von Galen (of Bernard van Galen), en de bisschop van Keulen, Maximiliaan Hendrik van Beieren, hebben allebei hun redenen om mee te doen. Hun aandeel in de Frans-Nederlandse of Hollandse oorlog staat bekend als de Tweede Münsterse oorlog (1672-1674). Van Galen is Nederland al eens eerder binnengevallen, tijdens de Eerste Münsterse oorlog (1665-1666). Ook Drenthe en Groningen maken dan met hem kennis. Op 1 juni 1672 is het weer raak. Het Münsterse leger trekt Twente binnen, verovert dezelfde dag Enschede en op 11 juli Coevorden. Op 19 juli bereiken de bisschoppelijke troepen de stad Groningen. bock_groningen1672_x Folkert Bock: Het beleg van Groningen in 1672, olieverf op doek (1686). (Bron: Wikimedia Commons, Public domain. http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Siege_of_Groningen_(1672).gif ) Op dit schilderij van Folkert Bock, dat in het Groningse stadhuis hangt, zien we de bisschop van Munster, zittend op een wit paard. Bovenop een heuvel (misschien de Kempkensberg?) neemt hij de situatie in ogenschouw. De loopgraven van de Münsterse troepen liggen links, tussen Hereweg en Oosterweg, die van het Keulse leger rechts, tussen Oosterweg en Schuitendiep.

Vanaf de heuvels beginnen kort daarna de beschietingen. Er wordt van alles afgevuurd: gloeiende kogels, brandbommen, stinkpotten en op het laatst zelfs stenen. Even een geologisch terzijde: oud-diplomaat Robert Fruin (**) schrijft in zijn boek De oorlog van 1672 over ‘straatstenen, vermoedelijk uit de Hereweg gerukt’. (Literatuur, 5, p. 292). Straatstenen? Volgens Harry Huisman, zwerfsteenspecialist, zijn er sinds 1400 al straten in de stad Groningen, geplaveid met zwerfstenen. Het lijkt mij geen gewaagde veronderstelling dat ook de Hereweg geplaveid was met veldkeien die op de Hondsrug immers in overvloed te vinden zijn. Veel van die keien hebben een afgeronde vorm en moeten – eventueel na bewerking – bruikbaar zijn geweest als munitie. Ook Grunn.nl noemt het gebruik van kleine zwerfkeien als projectielen.

(**) niet te verwarren met de bekende 19e eeuwse historicus Robert Fruin].

Van Galen beschikt over modern, zwaar geschut, dat hem veel overwinningen bezorgt (vandaar zijn bijnaam “Bommen Berend”). Maar dit keer heeft hij geen succes. Zijn leger wordt geteisterd door verliezen, ziekte, aanhoudende regen, gebrek aan voedsel en andere tegenslag. En hoewel de beschietingen in de stad veel schade aanrichten, vallen er relatief weinig slachtoffers. Veel inwoners zijn gevlucht naar de noordkant, buiten het bereik van Van Galens kanonnen. Ze hebben het zwaar te verduren maar laten zich niet ontmoedigen. Bevelhebber Carl von Rabenhaupt (of Karel Rabenhaupt) heeft bovendien zijn verdediging goed voorbereid. Zodra hij hoort dat de vijand in aantocht is, laat hij een groot gebied rond de stad onder water zetten, om een omsingeling te voorkomen. Alle huizen en bomen onder de zuidelijke vestingwal worden neergehaald voor een vrij schootsveld. Voedselvoorraden worden aangelegd en de burgers bewapend. En op de zuidelijke wal hebben de Groningers hun eigen kanonnen opgesteld, waaronder de legendarische Groote Griet.

Na amper vier weken, op 17 augustus, houdt Bommen Berend het voor gezien. Hij druipt af in dezelfde richting vanwaar hij gekomen is, met een gehalveerd leger. Rabenhaupt is de gevierde overwinnaar. De datum 17 augustus – na invoering van de Gregoriaanse kalender verandert dat in 28 augustus – wordt sindsdien jaarlijks gevierd als Gronings Ontzet of Bommen Berend. Meteen na het beleg besluiten Rabenhaupt en stadsbestuur om de hoger gelegen gronden voor de Herepoort en Oosterpoort af te graven. Daar ontstaat een open, moerassig terrein. Buiten de poorten mag niet meer gebouwd worden. Het schootsveld moet open blijven. Tussen 1688-1692 wordt ook die vermaledijde aanvalsheuvel, de Kempkensberg, afgegraven.

rabenhaupt

borstbeeld Carl von Rabenhaupt, Grote Markt nov. 2014

Linie van Helpman (Menno van Coehoorn)

In 1695 stellen de Staten-Generaal Menno van Coehoorn aan als inspecteur van de fortificaties in de Republiek. Na een bezoek aan Groningen ontwerpt Van Coehoorn een nieuwe, verder naar het zuiden opgeschoven verdedigingslinie, ongeveer ter hoogte van de vroegere Kempkensberg. De twee kilometer lange Linie van Helpman of Helperlinie bestaat uit een aarden wal met puntige bastions (lunetten), rechthoekige schansen (redoutes), grachten en gemetselde muren. In latere jaren wordt langs de vesting nog een verbindende gracht (het Helperdiep) gegraven tussen het Winschoterdiep en het Noord-Willemskanaal. Wie vanuit de stad naar Helpman gaat, passeert eerst de brug over de droge gracht bij de vesting (de ‘droge brug’) en vervolgens de brug over het Helperdiepje (de ‘natte brug’). Van Coehoorn’s defensiebouwwerk is het eerste voorbeeld van zijn Nieuw Nederlandse Vestingstelsel. Maar Groningen heeft er nooit gebruik van hoeven te maken. Nadat in 1874 de Vestingwet is aangenomen wordt de vesting van Groningen, inclusief de Helperlinie, ontmanteld.

Sterrebos en Helperlinie

Toch herinneren nog heel wat sporen aan Gronings verleden als vestingstad. Tussen de Hereweg en de Oosterweg, vlakbij de voormalige Kempkensberg, wordt in 1765 het Sterrebos aangelegd. Het ontwerp van stadshovenier Jan Godfried Becker heeft een strak geometrisch patroon in Franse stijl, met acht lanen in de vorm van een ster. Maar in 1881 besluit het stadsbestuur om het stadsbos op de schop te nemen. De tuinarchitect Louis Paul Zocher, die een aanhanger is van de Engelse landsschapsstijl, vervangt de rechte lanen door slingerpaden. En aan de zuidkant breidt hij in 1882-1883 het bos uit met een nieuw terrein, met heuvels en in het midden een vijver. Ja, ook heuvels. Achteraf zou je denken, hadden ze die Kempkensberg tweehonderd jaar eerder maar met rust gelaten… En waar kwam de grond voor die heuvels eigenlijk vandaan, van de gesloopte wallen? In diezelfde periode, vanaf 1882, worden ook de oude vestingwallen aan de noordkant van de stad veranderd in een park. Het Noorderplantsoen werd, eveneens in Engelse stijl, ontworpen door H. Copijn. Aan de andere kant van de Hereweg, langs de RK-begraafplaats is nog een deel van Coehoorns vroegere aarden vestingwal bewaard gebleven. En op de parkeerplaats van het Terra agrarisch opleidingscentrum is nog een stuk van de vestingmuur te zien. Bij de bouw van de parkeergarage onder het DUO-gebouw kwamen voorjaar 2012 geheel onverwacht andere delen van die 17e eeuwse vestingmuur tevoorschijn (link1, link2). Men dacht dat er op die plek niets meer van te vinden zou zijn. Vier brokstukken van dat metersdikke metselwerk hebben afgelopen zomer een plaatsje gekregen in de nieuwe stadstuin aan de voet van de DUO-toren. Een authentieker aandenken aan de geschiedenis van de Kempkensberg kun je je niet voorstellen.

brokstuk van de Helperlinie, 25 dec. 2014

brokstuk van de Helperlinie, 25 dec. 2014

Engelse Kamp

Afgelopen jaar (2014) werd in Europa, vooral in België, Duitsland, Engeland en Frankrijk het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog herdacht. Nederland was officieel neutraal. Maar indirect werd ons land toch bij de oorlog betrokken door de internering van vluchtelingen en militairen, o.a. in Groningen. Het is de geschiedenis van het Engelse Kamp op de Kempkensberg. Een merkwaardig en intrigerend verhaal, dat bij het grote publiek tot voor kort niet of nauwelijks bekend was. Daar is nu verandering in gekomen. Menno Wielinga, WO I kenner, deed uitvoerig onderzoek naar dit Engelse Kamp en publiceerde er voorjaar 2014 een indrukwekkend, rijk geïllustreerd boek over: Het Engelse Kamp, Groningen 1914-1918.

‘Op 11 oktober 1914 kwamen 1.500 manschappen van de First Royal Naval Brigade in Groningen aan. Zij waren begin oktober ingezet om het Belgische leger terzijde te staan toen het Duitse leger Antwerpen aanviel. Tijdens de terugtocht werd hun ontsnappingsroute afgesneden. Commodore Wilfred Henderson wilde zich met zijn manschappen niet krijgsgevangen laten nemen en besloot met zijn drie bataljons de Nederlandse grens over te steken. In Nederland aangekomen werden ze, overeenkomstig de internationale rechtsregels, geïnterneerd in Groningen. Achter de huidige Van Mesdagkliniek (de vroegere stadsgevangenis) werd op het exercitieterrein van de Rabenhauptkazerne (die gelegen was tegenover deze gevangenis) een compleet barakkenkamp ingericht met vele voorzieningen voor sport, huisvesting, verzorging, bewaking en ontspanning. Dit kamp werd in Groningen al snel het ‘Engelse Kamp’ genoemd.’ (Inleiding over het Engelse Kamp, door Menno Wielinga).

Bij het boek hoort een dvd van een filmdocumentaire over The Timbertown Follies. Dit cabaret- en muziekgezelschap dat in het kamp werd opgericht kreeg met meer dan driehonderd optredens zelfs landelijke bekendheid. In samenhang met de publicatie van Wielinga’s boek organiseerde het Noordelijk Scheepvaartmuseum een kleine maar sprekende expositie over het kamp en zijn bewoners. Die geeft een goede indruk hoe deze Engelse mariniers, ver afgedwaald van hun oorspronkelijke missie, moesten proberen op een zinvolle manier de tijd door te komen. Naast de dagelijkse routines werden er cursussen opgezet, er waren voetbalwedstrijden, toneel, cabaret en andere creatieve bezigheden. Maar de geïnterneerden konden zich ook opgeven voor allerlei betaalde en onbetaalde werkzaamheden, zowel binnen als buiten het kamp. Terwijl enkele honderden kilometers verderop een gruwelijke loopgravenoorlog werd uitgevochten, verkeerden zij in ‘gedwongen vrijheid’ (zoals de titel van deze tentoonstelling luidt).

informatiebord Engelse Kamp, apr. 2014

gedenksteen Engelse Kamp, apr. 2014

restant toegangspoort Engelse Kamp, apr. 2014

informatie bij restant toegangspoort Engelse Kamp, apr. 2014

De Groninger Archieven publiceerden een gedigitaliseerde versie The Camp Magazine, een klein formaat herinneringsalbum, met 122 foto’s en andere afbeeldingen van het leven in het kamp. De Timbertown Follies zijn ook onderdeel van de theatervoorstelling Buiten Schot van Diederik van Vleuten. Die titel is ontleend aan het gelijknamige boek van Paul Moeyes (2001). In het Sterrebos herinneren een eenvoudige gedenksteen en een kleine gemetselde pilaar – onderdeel van de oorspronkelijke toegangspoort – nog aan het bestaan van het kamp.

Literatuur

  1. Bergsma, D., Nierop, K. van, & Veldstra, W. (Red.). (2008). Beheerplan Sterrebos: ontwikkelings-, Inrichtings- en Beheerplan. [Gemeente Groningen i.s.m. Grontmij Nederland] [PDF]
  2. Bregman, E.P.H. , & Smit, F.W.H. (2012). Genesis of the Hondsrug, a Saalien megaflute, Drenthe, The Netherlands. Assen: Provincie Drenthe [Onderzoek in opdracht van de Provincie Drenthe, onder auspiciën van de Universiteit van Utrecht, als onderdeel van het proefschrift van E.P.H.Bregman]. [PDF]
  3. Broek, F.J.F. (2007). Groningen, een stad apart: over het verleden van een eigenzinnige stad (1000-1600). (z.p.): (z.u.) [Proefschrift] [PDF]
  4. Duijvendak, M.G.J., Feenstra, H., Hillenga, M., & Santing, C.G. (Red.) (2008). Geschiedenis van Groningen. 2 dln. Zwolle: Waanders. ISBN 9789040085390 (I) 9789040085406 (II)
  5. Fruin, R.(1972). De oorlog van 1672. (Groningen): Wolters-Noordhoff. [ISBN 9001324150] [gedigitaliseerde uitgave 2011, Google Books]
  6. Gemeente Groningen. (2010). Bestemmingsplan Helpman, Toelichting hfst. 2.1. Ruimtelijke structuur. [PDF]
  7. Gemeente Groningen. (2008). Bestemmingsplan Kempkensberg – Engelse Kamp e.o. [PDF]
  8. Gemeente Groningen. (2009). Bestemmingsplan Oud-Zuid. [PDF]
  9. Gemeente Groningen. (2013). Cultuurhistorische analyse binnenstad Groningen. [PDF]
  10. Gemeente Groningen. (2014). Welstandsnota: welstandskader binnenstad, bijlagen. [PDF]
  11. Gerding, M. (2012). Oorlog en vrede: verhaallijn voor Geopark de Hondsrug. (z.p): (z.u.). [Concept augustus 2012, [PDF] [ Onderdeel van de Expeditiepoort Sporen van Strijd van Geopark De Hondsrug]
  12. Grontmij Nederland bv (2005). Archeologisch onderzoek Kempkensberg – Engelse Kamp te Groningen: inventariserend veldonderzoek. Assen: Auteur. [In opdracht van de Rijksgebouwendienst] [PDF]
  13. Kampinga, A., & Peerbolte, M. (2014). Anderhalve eeuw Brandenburgerbuurt. Groningen: Netzo. [ISBN 9789090287096]
  14. Karel, E.H. (2010). Tussen cultuurhistorie en ecologisch erfgoed: het Sterrebos in de stad Groningen, (1765-2009). (z.p.): (z.u.) [PDF] [Dit artikel is ook opgenomen in: G. Collenteur, M. Duijvendak, R. Paping & H. de Vries (2010). Stad en regio : opstellen aangeboden aan prof. dr. Pim Kooij bij zijn afscheid als hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen (pp. 204-216). Assen: Van Gorcum. [ISBN 9789023246114].
  15. Kortekaas, G.(1990). De prehistorie van Groningen. In: J. W. Boersma, J.F.J. van den Broek & G.J.D. Offerman (Red.). Groningen 1040: archeologie en oudste geschiedenis van de stad Groningen (pp. 33-42). Bedum: Profiel. [ISBN 9052940037]
  16. Koster, E.A. (2003). De zeventiende-eeuwse stadsuitleg van Groningen: over de keuze van de vorm en de gedachtegang van de ingenieur. Bulletin KNOB, 4/5, 163-169. [PDF]
  17. Koster, E.A. (2001). Stadsmorfologie: Een proeve van vormgericht onderzoek ten behoeve van stedenbouwhistorisch onderzoek. (z.p.): (z.u.). [Proefschrift] [ISBN 90-367-1422-2] [PDF]
  18. Maat, J.H.(2004). Het kabinet en de vluchtelingen van de Eerste Wereldoorlog. Openbaar bestuur, jun/jul, 15-18. [PDF]
  19. Noomen, P.N. (1990). Koningsgoed in Groningen: het domaniale verleden van de stad. In: J. W. Boersma, J.F.J. van den Broek & G.J.D. Offerman (Red.). Groningen 1040: archeologie en oudste geschiedenis van de stad Groningen (pp. 97-144). Bedum: Profiel. [ISBN 9052940037]
  20. Offerman, G. (1987). De Oosterpoort: de geschiedenis van een 19e eeuwse woonwijk in Groningen. Groningen: Wolters-Noordhoff. [ISBN9062430627] [In delen ook hier online te raadplegen]
  21. Oomen, H. (2014). Mysterie Hondsrug ontrafeld. Geografie, nov./dec., 30-33. [PDF]
  22. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2014). Bewoningsgeschiedenis noordelijk kustgebied: achtergrond document. Amersfoort: Auteur. [PDF]
  23. Werff, E. van der (2007). Groningens ontzet 1672. Groningen: Groninger Museum. [ISBN 9789071691652].
  24. Werff, E. van der, & Kortekaas, G. (2004). Gruno’s veste: een wandeling langs de vestingwerken van middeleeuws Groningen. Groningen: Studio Van Stralen. [ISBN 9080175498].
  25. Werff, E. van der, Ranitz, C. de, & Vianen, F. van. (2004). Bommen Berend: onderdeel van de tentoonstelling “Feest in de Stad”. [Presentatie]

Overige bronnen

Grunn.nl, vooral het onderdeel Groningen, een stoere stad (stadshistorie), compendium van de geschiedenis van de stad Groningen, door Kor Feringa. Joustra, W. (1995) Een stoere stad. De Volkskrant, 14 januari 1995. [Artikel] StaatinGroningen: zoek op “1672” Stichting 100 jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog

[Correctie 26-07-2015] Het artikel Mysterie Hondsrug ontrafeld (literatuurlijst 21) is niet geschreven door Enno Bregman maar door Han Oomen (Aardse zaken Journalistiek)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s