Zwerfsteentoerisme (6): Broken Circle / Spiral Hill, Emmen

Met de zomer in aantocht pak ik een draad op die ik vorig jaar augustus had laten liggen: het Broken Circle / Spiral Hill project in Emmen, van de Amerikaanse Land Art pionier, Robert Smithson. Vorig jaar ontdekte ik het monument voor het meisje van Yde – Gebroken Cirkel (Broken Circle -, het vrijwel gelijknamige werk van landschapskunstenaar Derk den Boer. Het kan zijn dat Den Boer zich bij de naamgeving heeft laten inspireren door Robert Smithson. Maar afgezien van die naam zijn het totaal verschillende kunstwerken. Broken Circle / Spiral Hill is gelegen aan de rand van een grote zandafgraving, van firma De Boer in Emmerschans. Het werk bestaat uit twee delen:

broken circle, Emmen 16 aug 2013
Een smalle strook zand steekt als een gebogen pier uit in de zandplas. Daartegenover, als spiegelbeeld, is een gebogen gracht gegraven die in verbinding staat met het water in de groeve. De halve cirkel zand ertussenin vormt een schiereiland. In het midden ligt een enorme zwerfkei, als de pupil in een oog van zand en water. Iets hogerop op het talud, tegen de bosrand aan, ligt een kleine heuvel. Hij is beplant met laagblijvende wintergroene cotoneaster. Vanuit de verte lijkt het een met mos begroeid, kegelvormig slakkenhuis. Tussen de groene cotoneasterkussens door voert een smal paadje van wit zand in naar boven. In twee windingen, tegen de klok in, bereik je de top. Aan één kant van de heuvel heb je een mooi uitzicht over Smithson’s gebroken cirkel in de zandplas, telkens een stukje hoger.

boek SmithsonRobert Smithson maakte dit werk in 1971, voor de legendarisch genoemde expositie Sonsbeek buiten de perken met als thema Ruimte en ruimtelijke relaties. Het is het enige land art werk van Smithson dat buiten de Verenigde Staten bestaat. (In de VS zijn er nog Spiral Jetty en Amarillo Ramp, zie verderop in deze blogpost). Twee jaar later, zomer 1973, overleed Smithson bij een vliegtuigongeluk. Hij was toen 35 jaar.

In 2011 werd het 40-jarig bestaan van Broken Circle/Spiral Hill herdacht met twee speciale exposities: Robert Smithson in Emmen. Broken Circle / Spiral Hill revisited en The Ultraperipheric (met werk van eigentijdse kunstenaars die door Smithson zijn beïnvloed), beide van 17 sept. – 27 nov. 2011. Er was een symposium Rethinking Robert Smithson (link1, link2) en de publicatie van het boek Robert Smithson: Art in Continual Movement (2012) (Literatuur 1). Het jubileum werd georganiseerd door Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR) en de stichting Land Art Contemporary (LACDA).

Robert Smithson

Over Robert Smithson zijn vele meters boeken en artikelen geschreven. Nog afgezien van de talloze webpublicaties die aan hem zijn gewijd. Smithson zelf was bovendien ook een zeer productief schrijver. Hij maakte niet alleen naam als kunstenaar, maar ook als criticus, kunsttheoreticus en essayist. Bovendien documenteerde hij zijn kunstwerken met talloze notities, schetsen, foto’s en films. Maar ook nadat ik tientallen artikelen, webpagina’s en andere teksten had doorgespit vond ik het nog lastig om een goed beeld te krijgen van Smithson’s veelzijdige en in menig opzicht raadselachtige persoonlijkheid.

Op het net trof ik een artikel van de Letlandse kunstenares Laura Prikule, in het visual arts magazine Studija. Zij weet in één lange zin een treffend portret van Smithson te schetsen. Ik citeer het begin: “Who was this Robert Smithson – a visionary poet from the postindustrial expanses of New Jersey, an almost mythical figure of demiurge who, like one obsessed, roamed around various places difficult to access (Yucatan Peninsula in Mexico, Great Salt Lake in Utah, Florida), leaving behind him works of art in the shape of islands, spirals or trees upside down […]”.  (lees hier het vervolg) Hoe fraai ook, één zin is natuurlijk te kort. Daarom als aanvulling hieronder een greep uit Smithson’s relatief korte maar veelbewogen biografische tijdlijn.

1938-1965 

– Robert Smithson, – geboren in Passaic, New Jersey, 1938 – , blijkt al op jonge leeftijd over artistiek talent te beschikken. Op zijn zestiende, tijdens zijn middelbareschooltijd, wint hij in 1953 een beurs voor de Art Students League of New York. Hij volgt daar twee jaar een kunstopleiding, en later ook een tekenklas bij de High School of Music and Art.
– Daarnaast heeft hij als kind een grote belangstelling voor de natuur. Hij is een jaar of zeven wanneer zijn vader hem voor het eerst meeneemt naar het New York Museum of Natural History. Ze komen er nog vaak terug. De dinosauriërs maken grote indruk op Robert. Thuis knutselt hij zelf grote dinomodellen van papier. En in de kelder maakt zijn vader een museum voor hem, waar hij zijn verzameling insecten, schelpen en stenen bewaart. Zijn latere fascinatie voor geologie, kristallografie en paleontologie komt dus niet uit de lucht vallen.
– In zijn vroege werk, eind jaren ’50, volgt Smithson nog de stijl van het abstract expressionisme. Zijn eerste solotentoonstelling is in 1959, in de Artists Gallery in New York. Daar trekken zijn éigen dinosauriërs en andere monsters – verwerkt in schilderijen en collages – nu de aandacht. Een bezoek aan Rome in 1959 wekt zijn belangstelling voor Europese geschiedenis en religieuze, met name Byzantijnse, kunst. Twee jaar later, in 1961, heeft hij in Rome zijn eerste internationale expositie, in de Galleria George Lester. – In 1959 ziet hij in New York Nancy Holt weer terug. Zij kennen elkaar van de basisschool in Clifton, New Jersey. Holt is net als Smithson beeldend kunstenaar en geïnteresseerd in de relatie tussen natuur en kunst. Ze trouwen in 1963 en werken vanaf dan nauw samen.
– Vanaf 1964 legt Smithson zich steeds meer toe op beeldhouwkunst en het schrijven van essays en kritieken. Hij raakt bevriend met Virginia Dwan, een New Yorkse galeriehoudster en filantrope. Via haar komt hij in contact met minimalistische kunstenaars als Robert Morris, Sol LeWitt en Donald Judd. – Smithson gebruikt de minimalistische stijl – strakke geometrische vormen, industriële materialen, weglaten van details ed. – om zijn eigen visie tot uitdrukking te brengen. Een belangrijk voorbeeld is zijn werk Enantiomorphic Chambers (1965). In twee aan de muur opgehangen metalen frames zijn spiegels gemonteerd. Die spiegels zijn in een hoek geplaatst zodat zij elkaar weerspiegelen. De toeschouwer ziet echter weinig in die spiegels, zichzelf al helemaal niet. Het woord enantiomorfisch verwijst naar het feit dat sommige mineralen, o.a. kwarts, voorkomen in links of rechts georiënteerde kristalvormen, die elkaars spiegelbeeld zijn. Smithson: “If art is about vision, can it also be about non-vision… its form is a bi-polar notion that comes out of crystal structures…” (Literatuur 12)

1966- 1973

– Maar daar blijft het niet bij. Al snel wil Smithson zijn werk niet langer beperken tot binnen de muren van museum of galerie (de zogenaamde white cube’, Literatuur 2), en zoekt hij naar een relatie met het landschap ver daarbuiten. Vanaf 1966 maakte hij verkenningstochten in New Jersey, op zoek naar locaties (sites) die hem inspireren: steengroeves, braakliggende industrieterreinen, ruïnes. Op een van zijn reizen heeft hij het boek Earthworks bij zich van de Engelse sciencefiction schrijver Brian Aldiss. De titel Earthworks neemt Smithson over als typering voor zijn nieuwe werk.
– In 1966 maakt hij Tar Pool and Gravel Pit, een maquette voor de stad Philadelphia. Het werd nooit gebouwd, maar Smithson beschouwt het later als zijn eerste ‘Earthwork’. Er zijn echter ook andere kunstenaars die het landschap ontdekken. Claes Oldenburg (bevriend met Smithson) laat op 1 oktober 1967 een grafkuil graven in New York’s Central Park. Na lunchtijd wordt het weer dichtgegooid. Dit Placid Civic Monument (ook wel ‘The Hole’ genoemd) is het eerste kunstwerk dat direct in de grond wordt gemaakt. Toch is Oldenburg niet echt een ‘earthworker’, hij houdt zich vooral bezig met popart en happenings.
– ‘Earth works’ (in twee woorden) wordt de titel van een expositie in Virginia Dwans gallery, New York 1968. Tien landschapskunstenaars laten er hun werk zien: Carl Andre, Herbert Bayer, Michael Heizer, Stephen Kaltenbach, Sol LeWitt, Walter De Maria, Robert Morris, Claes Oldenburg (met een film van zijn ‘Hole’), Dennis Oppenheim en Robert Smithson. Deze expositie markeert het begin van de Earthworks beweging, die tot op vandaag internationaal bekend is als Land art. (Naar verluidt gebruikt de Duitse filmmaker Gerry Schum de naam Land art in 1969 voor het eerst, als titel voor zijn kunstprogramma op televisie, waarin o.a. ook werk van Smithson te zien is) (Literatuur 14).
– Smithson’s werk op de ‘Earth works’ expositie heet A Non-site (Franklin, New Jersey). Het bestaat uit vijf trapeziumvormige bakken, gevuld met brokken gesteente dat afkomstig is van een steenstort in de buurt van Franklin (link). De stad is een rijke vindplaats van mineralen, o.a. het zinkerts smithsoniet (Eng. smithsonite). Met dit werk brengt Smithson als het ware het landschap van buiten naar binnen. Hij verbindt een specifieke locatie met een afspiegeling ervan in de galerie (containers, stenen, kaarten, luchtfoto’s). De titel ‘non-site’ betekent dat de kijker niets ziet van de echte site, de vindplaats van het materiaal. Ook de woordspeling ‘nonsight’ is hier relevant, een variatie op het eerder genoemde thema vision en non-vision.

1970-1973 Trilogie

Robert Smithson's Spiral Jetty bij Rozel Point (foto Soren Harward, 2005) bron: Wikipedia– Smithson’s belangrijkste Earthworks zijn echter zijn ingrepen in het landschap zelf. Het meest beroemd is Spiral Jetty, aan de oever van het sterk vervuilde Great Salt Lake, Utah. Zijn inspiratie ontleent Smithson aan een oud indiaans monument, de Great Serpent Mound. Spiral Jetty heeft de vorm van een lage dijk of pier – 460 meter lang en 4,5 meter breed – die eindigt in een grote, naar links windende spiraal. De pier is gemaakt van zwarte basaltblokken, aarde en witte zoutkristallen. In combinatie met het door algen roze, rood of paars gekleurde water biedt het kunstwerk een spectaculaire aanblik, zoals foto’s op Google Images laten zien. In 1970, wanneer Smithson dit project realiseert, is het waterpeil in het meer extreem laag. Binnen twee jaar is het echter weer zover gestegen dat Spiral Jetty compleet onder water verdwijnt. Pas dertig jaar later, na een droge periode in 2002, komt het werk weer tevoorschijn. De zwarte basaltblokken zijn dan grotendeels bedekt met een witte zoutkorst. Het onderlopen en weer opduiken herhaalt zich nog een aantal malen. Dat onvoorziene aspect geeft Spiral Jetty een bijna mythische status… (link1, link2, link3link4) (Wikipedia details foto Spiral Jetty)
– Ongetwijfeld is Spiral Jetty de reden waarom Smithson in 1971 door Sonsbeek curator Wim Beeren wordt uitgenodigd deel te nemen aan de expositie Sonsbeek buiten de perken. Via Sjouke Zijlstra, destijds directeur van theater De Muzeval in Emmen komt Smithson terecht bij de zandafgraving van firma De Boer in Emmerschans. Huidige groeve-eigenaar Gerard de Boer Jr., toen zes jaar oud, kan het zich nog goed herinneren: “De kunstenaar was in eerste instantie op zoek naar een veenlandschap, omdat dit karakteristiek is voor Nederland, maar reageerde meteen enthousiast. Het zag er hier toen wel heel anders uit dan nu. Aan de overkant had je een enorme berg met oranje kleihoudende zandlagen. Dat stak prachtig af bij de industriële machines, het witte zand en het blauwgroene water. Vond Smithson ook. Veertien dagen lang heeft ie toen met het personeel van de zandafgraving opgetrokken. Een erg aardige man. En ongelooflijk gedreven. […]. Op aanwijzingen van Smithson heeft mijn vader het project uiteindelijk, samen met enkele van zijn medewerkers, gerealiseerd.” (Literatuur 4) (Luchtfoto) (Projectenbank cultuurhistorie).
– In 1973 werkt Smithson in Texas aan Amarillo Ramp, het derde deel van een trilogie met Spiral Jetty en Broken Circle/Spiral. Het is een aarden wal in de vorm van een bijna gesloten cirkel, aangelegd in een drooggevallen meer. In de eindfase, zomer van dat jaar, wil hij luchtfoto’s maken. Maar zijn vliegtuig stort neer en Smithson komt daarbij om het leven. Het Amarillo project wordt afgemaakt door zijn vrouw Nancy en twee bevriende kunstenaars Richard Serra en Tony Shafrazi (link). Op het net las ik dat Nancy Holt kort geleden (8 februari dit jaar) op 75-jarige leeftijd overleed. Haar laatste project was de film The Making of Amarillo Ramp (2013) die op dit moment te zien is op de tentoonstelling “Robert Smithson in Texas” in het Dallas Museum of Art (24 november 2013 tot 27 april 2014).

De bibliotheek  van Robert Smithson

Veel van Smithson’s werken hebben iets raadselachtigs. Dat geldt nog sterker voor zijn essay’s en andere teksten. Ze gaan over zulke uiteenlopende onderwerpen als science fiction, geologie, taal, cultuur, filosofie en kunsttheorie. Over het gebruik van spiegels en spiralen, over asfalt en alogons, over plaats en tijd (historisch en geologisch), over verschillende vormen van schoonheid (beauty, sublime, picturesque: Literatuur 5). Smithson hield van theorie, abstractie, paradoxen en ironie. Zijn beschouwingen zijn compact geschreven, lang niet altijd gemakkelijk leesbaar. Maar als je eenmaal door zijn kunst en zijn ideeën daarover gegrepen bent kom je er niet gemakkelijk van los. Kort na Smithson’s dood in 1973 maakte de kunsthistoricus Tatranski een catalogus van zijn persoonlijke bibliotheek. Die catalogus is opgenomen in het boek Robert  Smithson (geredigeerd door Eugenie Tsai, Literatuur 17).  Met daarbij een kort essay van Alexander Aleberro: “The parallels […] between the printed page (culture) and earth’s skin (nature) point to the enormous significance of books for Smithson.” (Literatuur 17, p. 245). Het boek en de cataloguspagina’s zijn (deels) te lezen bij Google Books. Een recentere, en uitgebreidere catalogus van Smithson’s bibliotheek werd opgemaakt door Lori Cavagnaro in 2003. Die inventarisatie is opgenomen in het boek van Ann Reynolds: Robert Smithson: Learning from New Jersey and Elsewhere (2004). Eveneens te vinden bij Google Books, maar ook hier slechts gedeeltelijk. (Zie ook Literatuur 7). Ik vond verder een website die ernaar streeft om Smithson’s bibliotheek te reconstrueren. Ook daar krijg je een indruk uit welke bronnen Smithson zijn inspiratie putte.

Entropie en kunst

Eén thema loopt als een rode draad door Smithson’s werk: entropie. Een moeilijk te vatten term uit de thermodynamica, dat opmerkelijk genoeg ook ver buiten zijn natuurkundige context bekend werd, – o.a. in de informatietheorie, biologie, chemie, literatuur en beeldende kunst. Ik waag mij hier niet aan definities. Maar gelukkig is daar de sympathieke ‘rockstar scientist’ Brian Cox die in twee BBC videoclips een heel toegankelijke uitleg geeft bij de begrippen entropie en arrow of time.

Het woord ‘entropie’ werd in 1865 geïntroduceerd door de Duitse natuurkundige Rudolf Clausius, voor het door hem bestudeerde verschijnsel van onomkeerbaar warmteverlies in een gesloten systeem. De Oostenrijkse natuurkundige Ludwig Boltzmann kwam in 1877 met een eigen interpretatie: entropie als maatstaf van (statistische) onzekerheid. Deze definitie had grote impact binnen de thermodynamica. De Amerikaanse ingenieur Claude Shannon zocht in 1948 een naam voor ‘informatieverlies’ in communicatieprocessen. Het verhaal gaat dat de wiskundige John von Neumann hem daarbij zou hebben geadviseerd: “You should call it entropy, for two reasons. In the first place your uncertainty function has been used in statistical mechanics under that name, so it already has a name. In the second place, and more important, nobody knows what entropy really is, so in a debate you will always have the advantage.” Enkele jaren later formuleerde de wiskundige Norbert Wiener in zijn boek The Human Use of Human Beings: Cybernetics and Society (1950) een zeer brede, en bovendien nogal onheilspellende uitleg: “As entropy increases, the universe, and all closed systems in the universe, tend naturally to deteriorate and lose their distinctiveness, to move […] to a state of chaos and sameness.” (Literatuur 18, p. 12).

Het schijnt dat Wiener als boektitel eerst Pandora of Cassandra in gedachten had, maar de uitgever ging daar niet in mee. Wiener had als wetenschapper een grote reputatie. En zijn boek werd een bestseller. Op een andere pagina schrijft Wiener weliswaar dat “[…] the question of whether to interpret the second law of thermodynamics pessimistically or not depends on the importance we give to the universe at large, on the one hand, and to the islands of locally decreasing entropy which we find in it, on the other.” (idem, p. 39). Maar de geest was uit de fles en de toon gezet. Het entropiebegrip maakte sinds de jaren ’50 een niet te stuiten opmars in de maatschappij. Als een met misverstanden beladen metafoor. Een niet meer weg te denken synoniem voor allerhande chaos tot en met profetieën over het einde der tijden. Vele auteurs hebben zich beziggehouden met de vraag hoe dat allemaal mogelijk was.

Philip J. Davis (emeritus hoogleraar wiskunde, Brown University) vat het helder en bondig samen: “Authors employing the term range widely from apocalypticists to mathematicians, physicists and physicians, to information theorists, to musicians and film makers, to art and literary critics, to social anthropologists, to theologians all of whom, in their descriptions, speculations, fantasies and predictions have given us insights as well as spawning inconsistencies, misunderstandings, controversies, confusions, paradoxes and dilemmas. It is worth considering the reasons for this spread. Part of the reason is that it is chic or clever to be on the “cutting edge of ideas” by using scientific terminology – a form of name-dropping; but much more significantly, entropy provides a wide descriptive framework, often metaphorical, into which one can fit or unify diverse observable phenomena.” (Literatuur 3, p. 121) En hij besluit met: “There is, alas, a tendency to view what has happened to the world as the workings of a Grand Scheme, an Eternal Dynamic of the Universe. Eternal Dynamics are often proposed and formulated in scientific or pseudo-scientific language. […] We should evaluate such inroads with open eyes, an open mind, with circumspection and with a substantial dose of skepticism.” (idem, p. 134)

Volgens B.G. Kyle (emeritus hoogleraar chemische technologie, Kansas State University) beantwoordt het metaforisch gebruik van entropie aan een sterke behoefte aan symboliek, misschien zelfs mystiek: “Because our need for symbols is unconscious and deep-seated, it could be argued that we have unknowingly made entropy a symbol. As a symbol arising from science, entropy is both authoritative and profound  and there is little doubt that it is cloaked in mystery. In addition to these essential attributes, entropy could be said to be a symbol possessing religious overtones. […] If, indeed, entropy has achieved the status of a symbol, it is unconsoling and lacks the richness and inspirational quality of symbols we seem to have forgotten.” (Literatuur 6, p. 10)

In de literatuur van de jaren ’60 en ’70 werd de entropiemetafoor al snel opgepikt, met name  door vertegenwoordigers van het sciencefiction genre – vooral de New Wave stroming – zoals J.G. (James Graham) Ballard en de al eerder genoemde Brian Aldiss. boek ZamoraLois P. Zamora (hoogleraar Engels, geschiedenis en kunst, Houston University) maakt onderscheid tussen de al langer bestaande  apocalyptische traditie – waartoe zij o.a. William Faulkner en de onlangs overleden Gabriel Garcia Marquez rekent -, en de nieuwe entropiebenadering van schrijvers als Thomas Pynchon en William Burroughs: “the entropic vision is far more extreme in its hostility toward human value and potential than is the apocalyptic vision. In the physics of entropy, as in the myth of apocalypse, temporal movement is unidirectional and irreversible, envisaging a future that is qualitatively different from the past or present. But unlike apocalyptic temporality, the entropic vision admits no possibility that time may prove redemptive or regenerative.” (Literatuur 19, p. 55)

Ook Robert Smithson raakte in de ban van het thema. Hij was een sciencefiction liefhebber en bekend met het werk van Ballard en Pynchon. Hij hield van desolate landschappen en ruïnes (Literatuur 9). Smithson’s essay Entropy and the New monuments (Literatuur 16) bevat een directe verwijzing naar de omschrijving van Wiener: “[…] the whole universe will burn out and be transformed into an all-encompassing sameness.” Entropie moet voor Smithson een buitengewoon krachtig begrip zijn geweest. Een verwijzing naar het onomkeerbare verloop van de tijd, de geschiedenis (de ‘arrow of time’). Maar ook een verwijzing naar het geologische tijdsbegrip, naar processen van erosie en verval. Zie nogmaals de videoclips met Brian Cox. In de zomer van 1989 was ik op de expositie Magiciens de la Terre in het Parc de la Villette, Parijs. Ik stond voor een enorm, meterslang model van een boekenplank met half vergane boeken: From the Entropic Library van Claes Oldenburg. Het woord entropie kende ik toen nog niet. Maar Oldenburg’s aangevreten popart boekenkast zette mij veel later aan tot het schrijven van mijn eerste blogtekst. Dit jaar was het 25 jaar geleden dat deze veelbesproken expositie werd georganiseerd. Op 27 en 28 Maart werd er met een symposium uitgebreid aandacht aan besteed.

Broken circle / Spiral Hill revisited

Ik was een paar keer eerder in zandgroeve De Boer geweest. In 1986 en 1989 had ik vooral oog voor geologische bijzonderheden, al heb ik Smithson’s werk toen wel opgemerkt. In 1997 kwam ik nog eens langs, ook om Broken Circle beter te bekijken. De groeve stond bij stenenverzamelaars bekend om de talloze zwerfstenen die er werden gevonden, en om de fraaie, roodbruin gekleurde keileemwanden. Dichtbij ligt het hoogste punt van de Hondsrug, het Haantjeduin, ca. 26 m boven NAP. In de jaren ’80 en ook bij mijn bezoek in 1997 waren de groevewanden nog goed te zien. Maar zeker in 1971 moeten ze een indrukwekkend decor zijn geweest. Het is goed te begrijpen waarom Smithson zo ingenomen was met deze locatie. De hellingen zijn nu afgevlakt en grotendeels begroeid. Maar nog steeds is het een bijzondere plek.

Vrijdag 16 augustus 2013 was ik er weer. Groeve-eigenaar Gerard de Boer deed het hek voor mij open. Hij liet mij de expositieruimte zien, die tot de nok gevuld was met boeken, foto’s, tekeningen en krantenknipsels. En ik kreeg de gelegenheid om de film Breaking Ground: Broken Circle / Spiral Hill (1971-2011) te bekijken. De video bevat origineel filmmateriaal van Smithson uit 1971, aangevuld met met nieuwe opnames die werden gemaakt in 2011, onder leiding van Nancy Holt. Smithson was onder de indruk van de watersnoodramp van 1953. Hij wilde bij de aanleg van Broken Circle de herinnering aan de dijkdoorbraken oproepen. Stukje bij beetje liet hij zand weggraven, waarna het water naar binnen stroomde, de cirkel in. Over entropie gesproken: vrij snel na gereedkomen dreigde het kunstwerk ten prooi te vallen aan verval door verstuiving van de heuvel en verzakking van de oevers. De Spiral Hill werd beplant en de oevers van Broken Circle voorzien van beschoeiing. Halverwege de jaren ’80 was het opnieuw mis. Recreatie rond de zandplas had zijn sporen nagelaten. En het waterpeil was zo hoog gestegen dat de cirkel onderliep (zoals ook bij Spiral Jetty gebeurde). Door ophoging werd het kunstwerk in 1987 op het nippertje gered. Net als bij Zwerfsteneneiland Maarn zal het beheer en onderhoud van zo’n kwetsbaar project altijd extra zorg vragen. Maar zo te zien is die zorg bij de firma de Boer in goede handen. Een bijzonder element is de enorme zwerfkei midden in de cirkel. Het gevaarte kwam in 1969 tevoorschijn uit de groevewand. Smithson wilde hem eerst uit de weg hebben. Maar verplaatsen was alleen mogelijk met zwaar legermaterieel, en dat zou te duur worden. Dus bleef de steen liggen en paste Smithson zijn ontwerp er op aan. Achteraf bekeken was dat maar goed ook. Het rotsblok vormt nu een natuurlijk middelpunt van Broken Circle. Zwerfsteenspecialist Harry Huisman beschreef de steen in zijn serie over grote keien. Hij determineerde hem als een gneis. Ik kon dat ter plekke niet goed zien, de steen is voor een groot deel erg donker verkleurd. Over het gewicht las ik verschillende berichten. In het artikel in de NRC weegt de kei 23 ton, het artikel in de Volkskrant noemt 32 ton, op de website van Harry Huisman staat hij genoteerd voor meer dan 40 ton… De doorslag geeft een krantenknipsel uit 1987 in het jubileumboek Robert Smithson: Art in continual movement (Literatuur 1, p. 91). Bij herplaatsing van de steen werd hij gewogen: geen 23, geen 40, maar inderdaad 32,2 ton…

Vanaf de top van Spiral Hill kijk ik uit over het grijsgroene water, omzoomd door de beboste groevewanden. Links in de verte staat een roestige sorteerinstallatie. In het water steekt een smalle landtong uit en daarnaast een mini-eilandje dat schuilgaat onder een donkere struik. Bij elkaar lijken ze een herhaling van Smithson’s gebogen pier van zand met de zwarte kei, onderaan de heuvel. Af en toe strijkt een glinstering over het water. Aan de oever zie ik een visser, verder niemand. “This play of inversions between foreground and background, of nature and culture, art and industry is suggested in the very form of the Broken Circle, whose alternating and continuous arms of sand and water suggest the Taoist unity of yin and yang.” (Literatuur 13, p.8)

Bezoekersinformatie Broken Circle / Spiral Hill is te bezichtigen van maandag t/m vrijdag van 08.00 uur tot 16.00 uur.  Entree 5 euro p.p.  Aanmelden voor bezoek bij het kantoor aan de Emmerhoutstraat naast nummer 138, in Emmen.  Het is aan te raden vooraf contact op te nemen met Fa. De Boer, via de website Broken Circle In de vakantieperiodes juli t/m augustus en december t/m januari kan de groeve gesloten zijn!  .

Literatuur

  1. Commandeur, I., & Riemsdijk-Zandee, T. van (Eds.) (2012) Robert Smithson: Art in continual movement. Amsterdam: Alauda. [ISBN 9789081531481. Op de website van de uitgever kun je bladeren in 36 online voorbeeldpagina’s].
  2. Davidts, W. (2001). Messy minimalism. De witte raaf, 93. [Artikel]
  3. Davis, P.J. (2011).  Entropy and society: Can the physical/mathematical notions of entropy be usefully imported into the social sphere? Journal of Humanistic Mathematics, 1, 1, 119-136. [PDF]
  4. Dost, L. (2009). Broken Circle/Spiral Hill – Poëtisch project tussen graafmachines en shovels. N34 – Landschap in Transit, nov. 2009. [Artikel]
  5. Jacobs, S (2002). Kleine esthetica van het neo-pittoreske. De witte raaf, 95. [Artikel]
  6. Kyle, B.G. (1988). The mystique of entropy. (ChE Lecture) Chemical Engineering education 22(2), 92. [PDF]
  7. Lee, P. M.(2005). The cowboy in the library: the new Robert Smithson. Bookforum, dec 2004/jan 2005. [Artikel]
  8. Marijnissen, H. (2011). Na veertig jaar is de Emmer’ cirkel gesloten. Trouw, 25-10-2011. [Artikel]
  9. Pas, J. (2011 ).Ruins & reconstructions: Eroding modernism in the work of Robert Smithson, Gordon Matta-Clark and Luc Deleu. In: F. Le Roy (Ed.) Tickle your catastrophe (pp. 33-48). Gent: Academia Press. [ISBN 9789038217222. Google books, link]
  10. Pontzen, R. (2011). Keigoed. Volkskrant 16 sept 2011. [PDF]
  11. Prikule, L. (2009). Robert Smithson and Nomadism. Studija, 5(68). [Artikel]
  12. Robert Smithson introduction, artikel op Smithson’s website
  13. Shanken, E.A. (2013). Broken circle &/ Spiral Hill? Smithson’s spirals, pataphysics, syzygy and survival. Technoetic arts, 11, 1, 3-14. [PDF]
  14. Sleeman, J. “Like two guys discovering Neptune”: Transatlantic dialogues in the emergence of Land art. In: R. Peabody (Ed.) (2011). Anglo-American exchange in post-war sculpture 19045-1975 (pp. 148-163). Los Angeles: Getty publications. [ISBN 9781606060698. PDF]
  15. Smallenburg, S.(2011). Drentse zandput is al veertig jaar kunst. NRC Handelsblad 1 sept. 2011. [PDF]
  16. Smithson, R. (1966).  Entropy and the new monuments. [Artikel]
  17. Tsai, E. (Ed.) (2004). Robert Smithson. Berkeley: University of California Press. [Catalog of an exhibition held at the Museum of Contemporary Art, Los Angeles, Sept – Dec. 2004, the Dallas Museum of Art, Jan – Apr. 2005, and the Whitney Museum of American Art, June – Oct. 2005]
  18. Wiener, N.(1989) The human use of human beings: Cybernetics and society. London: Free Association Books. [PDF]
  19. Zamora, L.P. (1989). Writing the apocalypse: historical vision in contemporary U.S. and Latin American fiction. Cambridge: Cambridge University Press. [ISBN 0521362237]. Hierin met name hoofdstuk 3: Apocalypse and entropy: physics and the fiction of Thomas Pynchon.
boek Robert Smithson Schetsen van Robert Smithson, expositieruimte BC/SH, 2013

Overige bronnen:

Van Robert Smithson

  • Smithson’s website
  • Smithson, R. (1967).  A tour of the new monuments of Passaic, New Jersey. [PDF]
  • Smithson, R. (1968) A sedimentation of the mind: Earth projects. [PDF]
  • Smithson, R. (1972). Interview with Robert Smithson For The Archives of  American Art/ Smithsonian Institution, Conducted by Paul Cummings in New York City, July 14 and 19, 1972. [Artikel]
  • Smithson, R. (1973). Entropy Made Visible. Interview with Alison Sky. This interview took place about two months before Smithson’s death. [Artikel]

Over Robert Smithson

  • Overzicht: Robert Smithson [Artikel]
  • Cunningham, J. (2004). “Image and word, object and idea, inside and outside”: Excavating Robert Smithson’s art from under his writings. Art criticism, 19, 1, 28-51. [PDF]
  • Halley, P. (1981). Beat, Minimalism, New Wave, and Robert Smithson. Arts Magazine, 56, 9, May. [Artikel, onder Writings]
  • Jones, C.A. (2008). Gestalte geven aan de voorbewuste Smithson. De witte raaf, 135. [Artikel]
  • Turpin, E. (2012/2013). Robert Smithson’s Abstract Geology: Revisiting the Premonitory Politics of the Triassic. In: Ellsworth, E., & Kruse, J. (2012/2013). Making the geologic now: Responses to material conditions of contemporary life. New York: Punctum books. [ISBN-13: 978-0615766362. Artikel]

Over entropie

  • Haglund, J., Jeppson, F. & Strömdahl, H. (2010) Different senses of entropy: Implications for education [PDF]

Over Earthworks, Land art, en Environmental art

  • Evironmental art (Wikipedia)
  • Land art (introductie) [PDFl]
  • Land art (Wikipedia)
  • Arend, L. den 2004). De brede interpretatie van Land art: Kunst en het landschap verweven. Topos, 21. [PDF]
  • Bower, S. (2011). A Working Guide to the Landscape of Arts for Change. [PDF]Onderdeel van LANDSCAPE – Abstracts: Working Guide Papers on Arts for Change. [Artikel]
  • Croak, J. (2003). Land rush. Review of Suzaan Boettger: Earthworks: Art and the landscape of the sixties, 2002. Artnet magazine, Books, 10-11-2003. [Artikel]
  • Open 4: Kunst in het veranderende landschap. [Artikelen serie]

Over Broken Hill / Spiral Hill

  • Broken Circle / Spiral Hill. Algemene informatie over Smithson’s land art werk.
  • SKOR (Stichting Kunst en Openbare Ruimte). Deze landelijke stichting, opgericht in 1999, ontwikkelt kunstprojecten in relatie tot de openbare ruimte door middel van inhoudelijke begeleiding en financiële ondersteuning.
  • LACDA (Land Art Contemporary). Stichting LACDA werd in 2011 opgericht door de kunstverzamelaarsfamilie Sanders-ten Holte als een nieuw, meerjarig initiatief om land art projecten in Drenthe te ontwikkelen.
  • ALAUDA Publications. Alauda Publications is een kleine uitgeverij op het gebied van hedendaagse kunst, cultuur en theorie.
  • Excursie ArchiNed – De architectuur site van Nederland – naar Broken Circle / Spiral Hill, 2007. [Artikel]
  • Heijden, G. van der (2013). Kunstenaars op de Hondsrug. [Artikel; herziene versie; Geopark De Hondsrug]
  • IJstijdroute Zuid deel 1 van Borger naar Valthe naar Borger. [PDF; Geopark De Hondsrug]

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s