I Muvrini: Imaginà (3) Transported by song

Vervolg van I Muvrini: Imaginà (2)

Op het internet kwam ik de samenvatting tegen van een paper van Caroline Bithell, onderzoeker en docent op gebied van ethnomusicologie aan de Universiteit van Manchester. Dit artikel Cultural Activism, World Music and Cosmopolitan Mentalities in Corsica (1) was geschreven voor een congres over kosmopolitiek in 2006. Maar het is eigenlijk ook een voorproefje van Bithell’s onderzoek naar de achtergronden van de Corsicaanse muziek. Daarover publiceerde zij in 2007, na meer dan tien jaar veldwerk, haar boek Transported by song: Corsican Voices from Oral Tradition to World Stage (2). Het complete congrespaper uit 2006 was op internet niet beschikbaar. Maar Caroline Bithell was zo vriendelijk om op mijn vraag het stuk via de mail te sturen. Met ook nog een link naar een ouder artikel (3). Het boek Transported by song kreeg ik via de boekhandel niet te pakken. Ik ontdekte dat de American Book Center de optie bood om een publish-on-demand exemplaar te bestellen. Geweldige service, ik had het binnen twee weken in huis. Muvrini-kenner Nino de Sonneville (van de website Terracorsa.info) schreef een heldere recensie voor het Corsica bullitinu, maart 2009. Een uitvoeriger bespreking verscheen in het tijdschrift Current Musicology in 2008, van de hand van Ruth Rosenberg (4). Ik zal daar niet nog een eigen samenvatting aan toevoegen. Om het in een paar zinnen te zeggen: Transported by song is een indrukwekkende studie. Geen gemakkelijk lectuur, je moet er soms echt even voor gaan zitten. De vele muziektheoretische termen en passages bijvoorbeeld moest ik helaas overslaan, die gaan mijn pet te boven. Maar Bithell’s beschrijving van de Corsicaanse muziekscene en hoe die is vervlochten met de geschiedenis van het eiland zelf, vind ik fascinerend om te lezen. Je mag van geluk spreken als je over deze bijzondere muziek zo’n bijzonder boek treft.

Polyfonie

‘It seems fitting, therefore, that polyphonic song should be identified by many Corsicans as “the most profound expression of the island soul“ . In many ways, life itself is polyphonic. Corsican identities, both personal and collective, are intrinsically fluid, resulting in a constant blurring of the boundaries between familiar oppositions – old/new, traditional/modern, sacred/profane, Corsican/French, island/continent, East/West, rural/urban, local/global, amateur/professional. The music itself serves as a pivotal point between these different worlds’. (p.14)

transported by songKern van het boek zijn naar mijn idee de hoofdstukken 2 en 3. In hoofdstuk 2 geeft Bithell een overzicht van de verschillende genres van traditionele liederen (met name de polyfone vormen: paghjella, terzettu en madrigale). In hoofdstuk 3 gaat zij uitvoerig in op de Corsicaanse polyfone zangstijl. Zij citeert de Engelse schrijfster en historica Dorothy Carrington die in 1948 voor het eerst een groep paghjellazangers hoorde:  ‘The sound was like none I had ever heard before; yet I recognised it as one I had always longed to hear.’ Ook Bithell had een soortgelijke ervaring: ‘On first encountering this style of singing, I was struck by the intensity of the music and its direct effect on my own body and emotions. There was something primal and  searing about it.’ (p. 57). Verschillende elementen dragen bij aan dat effect. Stemkwaliteiten, vocale versieringen, het samenspel van de zangers, en vooral de Corsicaanse taal zelf, ze maken allemaal deel uit van die karakteristieke, ongepolijste, gevoelsrijke sound. Zeg maar, Corsicaanse soulmuziek. Bithell: ‘It is largely from the combination of what we might call the embodied voice and the exploitation of the expressive possibilities of the language that the sung line derives its dynamic forces’. (p. 59) Een paghjella is bovendien geen conventioneel, vast omschreven muziekstuk dat op een vooraf bepaalde wijze ten gehore wordt gebracht. Er is veel ruimte voor improvisatie. Een paghjella wordt niet uitgevoerd, maar telkens opnieuw gecreëerd. De interactie tussen de zangers is daarvoor essentieel. Dicht bij elkaar staand, in een kleine kring, concentreren zij zich op elkaar en op het samensmelten van hun stemmen.

Transported by song

Paghjellazangers laten in interviews weten dat zij tijdens het zingen bijzondere sensaties ondergaan, die je kunt omschrijven als ‘flow’, ‘piekervaringen’, soms bijna mystieke belevingen .

‘I have my friends with me  and then there is this harmony, this fusion of voices which gives me the feeling of being transported.’ (p. 73)

‘Something happens inside the circle […] I have the impression of being twenty or thirty centimeters above the ground […] disconnected from the material world that is the stage and the auditorium, and I find myself alone with myself, I hear only these harmonies […] It’s something that can’t be measured but you experience it inside the circle and it’s something extraordinary because you are there but you are no longer there.’ (p. 73).

Bithell zelf zegt daar het volgende over: ‘Het idee dat je door zingen jezelf zou kunnen verplaatsen heeft allereerst betrekking op wat de zangers zelf vertellen over fysieke, emotionele, psychosociale en metafysische ervaringen tijdens hun polyfone live optredens. In de tweede plaats heeft het de betekenis van “vervoering” die de luisteraars kunnen ervaren […] het vermogen van de muziek om je kippenvel te bezorgen. Ten derde gaat het over de manier waarop muziek een boodschap overbrengt, […] songs die de stem van Corsica laten horen, overal ter wereld. En tenslotte, nu de Corsicaanse polyfonie zo aantrekkelijk is geworden, bewegen de zangers zelf zich ook steeds meer buiten de grenzen van hun eiland.’ (p. xxv, mijn vrije vertaling, JHK)

Toen ik bovenstaande citaten las dacht ik meteen aan de Amerikaanse schrijver Carlos Castaneda (1) en (2), die in de jaren ’70 een cultstatus bereikte met zijn vertellingen over de – al dan niet fictieve – Yaqui-sjamaan Don Juan Matus. De meeste delen van die Don Juan verhalen vullen nog steeds een plank in mijn boekenkast. Castaneda beschrijft hoe hij als jonge antropologiestudent via Matus kennis maakt met een andere werkelijkheid (A seperate reality) . Door middel van droomtechnieken (The art of dreaming) leert hij zich naar en binnen die andere wereld te verplaatsen. Deze associatie is minder vergezocht dan het lijkt. Op Corsica bestaat al sinds mensenheugenis een sjamanistische traditie: het mazzerisme. Uitvoerig beschreven door Dorothy Carrington, o.a. in Dream hunters of Corsica (1995) en Mazzeri, finzioni, signadori (1998). Volgens de Rough Guide to Corsica leven er vandaag de dag nog steeds enkele mazzeri, die bekend staan als dromenjagers en doodvoorspellers. Tegen deze achtergrond lijkt het mij niet zo verwonderlijk dat ook in de Corsicaanse muziek tranceachtige verschijnselen worden gesignaleerd.

Niet minder interessant is hoofdstuk 5 dat gaat over de riacquistu, een woelige periode in de Corsicaanse geschiedenis, waarin een herontdekking en herwaardering van het Corsicaanse culturele erfgoed plaatsvond. Volgens Bithell is deze periode te situeren vanaf halverwege de jaren ’60 tot begin jaren ’80. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog raakte de oude plattelandscultuur en de polyfone zangtraditie in verval. De jongere generatie, geïnspireerd door de revolutionaire tijdgeest van de jaren ’60 – met name de Parijse studentenopstand van mei 1968 -, kwam net op tijd in actie om bijna verloren tradities, de lokale muziek en het gebruik van de Corsicaanse taal tot nieuw leven te wekken. Er was echter ook een schaduwkant: de gelijktijdige opleving van de separatistische beweging, die zich – vaak met grof geweld – keerde tegen de Franse achterstelling van Corsica en de onderdrukking van het Corsicaans.

Tegen deze complexe achtergrond groeide de polyfonie uit tot muzikaal symbool van een nieuwe identiteit. Een eerste mijlpaal was de oprichting van de groep Canta u populu corsu in 1973. Uit datzelfde jaar dateren de vroegste opnames van Ghjuvan-Francescu (Jean-François) en Alanu (Alain) Bernardini , samen met hun vader Ghjuliu (Jules) Bernardini. Het trio zong ook mee op het eerste album van Canta u Populu Corsu (Eri, oghje, dumane. 1975). Enkele jaren later brachten de broers onder de naam I Muvrini hun debuutalbum uit. Het was opgedragen aan hun vader die in 1977 overleed (Ti ringrazianu, 1979).

Wereldmuziek

In 1982 nam de Franse cultuurminister Jack Lang het initiatief om zijn multiculturele beleid te promoten met een eerste wereldmuziekdag (Fête de la Musique). In hetzelfde jaar vond ook het eerste WOMAD (World Of Music, Arts and Dance) festival plaats in Somerset (Eng.). En in 1987 bedachten enkele Engelse muziekuitgevers het label “world music” als een marketingstrategie voor opkomende, veelal niet-westerse genres (5) (6). Deze ontwikkelingen openden de deur naar I Muvrini’s succes in de jaren ’90 en later.

Volgens Bithell zijn groepen als I Muvrini, Les Nouvelles Polyphonies Corse en A Filetta het verst gevorderd in het bespelen van de markt voor wereldmuziek. Inclusief hun omgang met de media en aandacht voor presentatie, het toepassen van nieuwe technologieën, en hun muzikale vakmanschap in het algemeen (p. 189). Zij citeert Jean-François Bernardini die zich uitspreekt over de kritiek dat I Muvrini zich verwijdert van de traditie en steeds meer het pad kiest van de moderne popmuziek. ‘Musics are not born traditional, they become traditional, with time.’ (p.191). En Bithell haalt nog een andere auteur aan, Jocelyne Guilbault, die de huidige generatie wereldmuziekartiesten typeert als : ‘[…] kosmopolieten die naar eigen believen functioneren binnen of buiten de traditie, dat wil zeggen binnen of buiten het systeem van de dominante cultuur.’ (mijn vrije vertaling, JHK)

Literatuur:

  1. Bithell, Caroline (2006). Cultural Activism, World Music and Cosmopolitan Mentalities in Corsica. Oorspronkelijk in: Cosmopolitanism and Anthropology (ASA Diamond Jubilee Conference)10 April 2006 – 13 April 2006. (kopie ontvangen van Caroline Bithell). Samenvatting
  2. Bithell, Caroline (2007). Transported by song: Corsican Voices from Oral Tradition to World Stage. Lanham, Md. (VS) : Scarecrow Press. ISBN 978-0-8108-5439-0.
  3. Bithell, Caroline (2001). Telling a Tree by its Blossom: Aspects of the Evolution of Musical Activity in Corsica and the Notion of a Traditional Music of the Twenty-First Century. Music &Anthropology, Journal of Musical Anthropology of the  Mediterranean, 6. (Artikel)
  4. Ruth Rosenberg (2008). Caroline Bithell: Transported by Song: Corsican Voices from Oral Tradition to World Stage. Current Musicology , 85 (spring). (kopie in mijn bezit)
  5. Wergin, Carsten. (2007). World Music: a medium for unity and difference? Paper presented to the EASA Media Anthropology e-Seminar, 22-29 May 2007. Een analyse van het verschijnsel wereldmuziek, met het Franse eiland La Réunion als voorbeeld. Er zijn overeenkomsten met Corsica. (Paper, PDF) In dit paper de volgende voetnoot: ‘The term “World Music” was developed in 1987 in a pub in North London at a meeting of representatives of record companies with journalists and music producers. They were mostly interested in generating a commercial category by which they “sought new means for marketing ‘our kind of material’ through a unified, generic name’.
  6. Verslag van de bijeenkomst in 1987 in Londen, waar het label ‘world music’ werd geboren.

Vervolg: I Muvrini: Imaginà (4) Kosmopolitisme

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s