De competitie tussen de giganten Google en Microsoft (Wave versus Bing, Android versus Windows 7) vertoont gelijkenis met de Space Race in de jaren vijftig. Zelfs in letterlijke betekenis.
Als het op timing aankomt heeft Google deze dagen enkele straatlengtes voorsprong genomen. Maar wat zegt dat? De wedloop gaat nog wel even door. Collega’s Erik en Raymond maakten al eerder melding van Google Wave. Afgelopen zaterdag 6 juni stond in Trouw een boekbespreking van Vincent Dekker over WZGD, wat zou Google doen? Deze recent verschenen vertaling van Jeff Jarvis’ bestseller What would Google do? zal ongetwijfeld ook gretig aftrek vinden. Het is kort gezegd een inleiding in Google Thinking, de bedrijfsfilosofie die van Google een “global brand” maakte.
Afgelopen zondag, 7 juni, was het precies tien jaar geleden dat Google zich in een persbericht aan de wereld presenteerde.
Meteen maar even de vraag beantwoorden: hoe hoorde ik ervan? Ik werkte toen in de mediatheek van de Hanzehogeschool. Net als vele anderen was ik een trouwe Altavistazoeker. Maar ik herinner mij nog goed dat een collega op een dag van achter zijn pc opeens iets mompelde over “goegel”. Even later had ik dat kale zoekvenster ook op het scherm en was Altavista geschiedenis.
Het recept van Google, volgens Jarvis, is simpel. Maak van je klanten je compagnons. “De [...] uitdaging is om iedere afdeling in het bedrijf [...] te reorganiseren en te heroriënteren rond deze nieuwe relatie met de mensen die je vroeger consumenten noemde, maar nu zou moeten transformeren tot partners.” (p. 36). Hoe dat moet? Jarvis geeft meer dan 300 pagina’s aan voorbeelden hoe de Google ideeënmachine werkt.
Er zit ook ook een minder prettig bericht bij. Volgens Jarvis is de rol van tussenpersonen uitgespeeld. Ze zijn in zijn woorden ten dode opgeschreven. Tussenpersonen? Ook informatiebemiddelaars? Reken daar maar wel op. “De klok tikt door voor alle tussenpersonen en de vraag naar hun waarde loert om de hoek.” (p. 105). Voor informatieprofessionals is meer dan ooit de vraag actueel: wat zou Google doen?
.
Nee he?
net nu ik van functie verander van applicatiespecialist (adlib) naar informatiespecialist.
De hogeschool van amsterdam kent voor mediatheekmedewerkers eigenlijk maar 2 profielen:
-bibliotheektechnisch medewerker
-informatiespecialist
Beide zijn niet meer van toepassing op wat er gedaan wordt door mediatheekmedewerkers in het hoger onderwijs. Het lijken en zouden steeds meer mediacoaches in het hoger onderwijs moeten zijn.
Hoe zit dat bij andere hoge scholen?
met of zonder ironie: de teloorgang van bibliothecarissen en andere intermediairs in de informatiesector is vaker voorspeld. Dikwijls in vergelijking met concurrerende beroepsgroepen. Maar ook in relatie met concurrerende software (Google), zoals hier. Het blijft een boeiend thema, zeker voor potentiële slachtoffers. Functiebenamingen en -inhouden bij hogeschoolbibliotheken? Geen idee, ongetwijfeld zijn er onderlinge verschillen. Alleen, dat is volgens mij het punt niet.
Waar Jarvis maar bijv. ook Henk Blanken (IP 2009, 6) op wijzen is de noodzaak om meerwaarde aan te tonen, in willekeurig welke intermediaire functie. Wat is ònze business case, collectief en individueel?
Mediacoach? Gewapend met mediawijsheid? (daar heeft o.a Lourense Das vorig jaar al mee afgerekend las ik). Wat is er mis met bibliothecaris of mediathecaris?