De manier waarop wij onze wereld organiseren wordt gedomineerd door fysieke beperkingen. Dat is tenminste de stelling van David Weinberger. Zijn voorbeeld -de modelwinkel van Staples- maakt goed duidelijk hoe fysieke wetmatigheden het ruimtegebruik bepalen, tot in de kleinste details. Vanuit onverwachte hoek las ik enkele weken geleden nog een sprekend voorbeeld van winkelinrichting. Het gaat om het modehuis Jil Sander. “Kunstenaar Germaine Kruip ontwierp voor een nieuwe Jil Sander-winkel in New York. Met kalme elementen en spiegels schept ze ‘beweging in een stilstaande ruimte’ ” (De Volkskrant, 11 juli 2008 )
Op de website van het modeconcern Jil Sander is een fotoserie te zien die een indruk geeft van de beoogde sfeer en uitstraling. Wat opvalt zijn de bijna lege, minimaal ingerichte ruimtes, het gebruik van beweeglijke spiegelwanden en de stijlvolle, bijna museale manier waarop de collectie wordt gepresenteerd. De begane grond is dan ook feitelijk een expositieruimte. Boven is de verkoopafdeling. Volgens Germaine Kruip en Raf Simons, topontwerper bij Jil Sander, is er bewust voor gekozen om de bezoeker geleidelijk binnen te laten komen, hem een moment van rust en verwondering te gunnen, voordat er boven gewinkeld wordt. Net als bij Staples wordt hier geprobeerd om aan fysieke beperkingen te ontsnappen, om de grenzen ervan op te zoeken. Belangrijk element is flexibiliteit. “Wanneer je beweging schept in een stilstaande ruimte, verandert dat de ruimte volledig. […] Een beweeglijke ruimte past een modehuis.” En niet alleen een modehuis. Stel je eens een bibliotheek voor die volgens dit principe is ingericht.
Winkeldesign
augustus 1, 2008 door Jo Han Khouw