Mijn bericht over Chinese tentoonstellingen in Groningen en Assen (Go China) schreef ik met gemengde gevoelens. Want hoe bijzonder en aantrekkelijk deze exposities ook zijn, er is een hevig contrast met andere berichtgeving over China: kritiek op de Olympische Spelen, kritiek op de mensenrechtensituatie, kritiek op het hardhandig neerslaan van demonstraties van Tibetanen. Er is veel onduidelijkheid. China, maar ook Tibet toont verschillende gezichten. Voor buitenstaanders zijn die moeilijk te duiden.
Ook de commentaren lopen sterk uiteen. Lulu Wang (Algemeen Dagblad, 22 mrt.) vindt een boycot van de Olympische Spelen een verkeerde actie. Er is een meer genuanceerde kijk op China nodig. Ik heb begrip voor haar standpunt, ook al vertolkt zij dat soms op een weinig genuanceerde manier (Paul & Witteman, 19 feb.). Maar ik heb ook sympathie voor de oproep van Richard Gere (CNN, 14 mrt). Als China werkelijk een gerespecteerde grootmacht wil zijn, een samenleving die geen bevolkingsgroepen uitsluit, dan zal het regime zich anders moeten opstellen ten opzichte van de Tibetaanse minderheid.
Bij het zien van de tv-beelden uit Lhasa, kort geleden, is het moeilijk om géén link te leggen tussen die terracottakrijgers van ca. 220 v.Chr. en de pelotons soldaten en politiemannen die de Chinese machthebbers in stelling brachten.