NRC Handelsblad, 23 en 24 feb. 2008
Na het verschijnen van het rapport van de commissie-Dijsselbloem was te verwachten dat de critici van het onderwijsbeleid van zich zouden laten horen. De vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) is al jaren fel tegenstander van het Nieuwe Leren. En biedt dit rapport nu opeens voldoende geruststelling? Nee natuurlijk. In een groot artikel doen BON-voorman Ad Verbrugge en medebestuurslid Presley Bergen er nog een schepje bovenop met een messcherpe analyse. Zij hebben drie hoofdpunten van kritiek:
”De commissie-Dijsselbloem is zo sterk gericht op de schuld van ‘de politiek’ in het verleden dat zij onvoldoende oog heeft voor de huidige problematiek van het onderwijs.
Er is geen samenhangende visie op de rol van de overheid als het gaat om bekostiging en kwaliteitshandhaving.
Het rapport gaat voorbij aan het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, terwijl daar de problemen minstens zo groot zijn.”
Centraal staat vooral het feit dat het kwantitatief productiedenken de overhand heeft gekregen, hetgeen ten koste is gegaan van de kwaliteit. Onderwijs werd een ‘product’ dat moest beantwoorden aan efficiencydoelstellingen en verkocht moest worden op een schijnmarkt.
“Het primair kwantitatief gerichte bekostigingsstelsel zorgt er nu voor dat handhaving van kwaliteitseisen scholen geld kost in plaats van oplevert”.
Voorts hebben “ zowel de PvdA als het CDA onderschat wat de vermarkting van het middenveld voor perverse dynamiek zou hebben. De problemen die zich elders voordoen – zoals bij het spoor, in de zorg en bij woningcorporaties – manifesteren zich ook hier.”
De commissie-Dijsselbloem heeft daar volgens Verbrugge en Bergen onvoldoende antwoord op. Er is ‘grote politiek’ nodig, de overheid dient de regie over het onderwijs opnieuw op te pakken, op basis van een realistische kwaliteitsagenda.
Eind jaren negentig was ik tijdelijk mediathecaris bij een opleiding maatschappelijk werk die hoog had ingezet op probleemgestuurd onderwijs (een variant van het Nieuwe Leren). Een betere aansluiting tussen onderwijspraktijk en bibliotheekvoorziening heb ik sindsdien niet meer meegemaakt. Het onderwijsmodel speelde daar zeker een belangrijke rol bij. Ik heb dus een beetje een zwak voor het concept van probleemgestuurd onderwijs. Maar dat concept is intussen al weer vervangen door veel onduidelijker ideeën rond competentiegericht onderwijs, vraaggericht onderwijs of hoe het tegenwoordig ook heten mag. Daarin lijkt eenzelfde, natuurlijke verbinding met een ondersteunende informatiedienstverlening moeilijker te vinden.