Journaliste Suzanna Jansen beschrijft in haar debuut “Het pauperparadijs” de familiegeschiedenis van vijf generaties van haar voorouders. Tegelijk is het de weinig bekende geschiedenis van een sociaal experiment: de 19e eeuwse heropvoeding in de Drentse “kolonieën”.
Na de Franse overheersing verkeerden veel gezinnen in armoede. In 1818 richtte generaal en politicus Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op, met het doel de armoede onder deze gezinnen te bestrijden. In Drenthe kocht hij grote stukken grond aan. En tienduizenden arme stadsgezinnen werden naar Drenthe overgebracht naar kolonies als Veenhuizen, Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord, Ommerschans. Daar werden zij ingezet bij de ontginning van de nog woeste heidegrond. Het idee erachter was dat deze landarbeid de “kolonisten” zou helpen aan een nieuw bestaan.
“1 miljoen Nederlanders stamt af van deze Drentse koloniepaupers. Zo is onlangs berekend door een demograaf van het CBS. Op basis van gegevens uit het Drents Archief en het Gevangenismuseum in Veenhuizen is komen vast te staan dat tussen 1840 en 1858 twee procent van de Nederlandse bevolking was ondergebracht in de drie ‘vrije koloniën’ en twee ‘dwangkoloniën’ van de Maatschappij van Weldadigheid”. (bron: website gevangenismuseum Veenhuizen)