Honderd jaar geleden formuleerden twee Belgische juristen, Paul Otlet en Henri la Fontaine, de term documentatie als de hoeksteen van hun bibliografische revolutie (*)
Voor sommigen is het misschien een onbekend verhaal, of slechts een voetnoot bij de dagelijkse bibliotheekpraktijk. Maar met een beetje oog voor de geschiedenis ontdek je dat veel bibliografische vernieuwingen van dit moment hun wortels hebben in die documentatiebeweging aan het begin van de 20e eeuw.
Otlet en La Fontaine kwamen allebei uit een welgesteld Brussels milieu. En beiden waren gedreven idealisten. In Brussel heerste in die tijd een sterk sociaal-utopisch, pacifistisch en internationaal georiënteerd politiek klimaat. Dat leidde er zelfs toe dat er rond 1907 een lobby bestond om Bussel te promoten als “wereldstad”. Zowel Otlet als La Fontaine speelden in die kring een actieve rol.

Henri la Fontaine zette zich zijn leven lang in voor talrijke maatschappelijke hervormingen en pacifistische organisaties. In 1914 werd hij daarvoor onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede.
Paul Otlet had als ideaal dat kennis beter toegankelijk moest worden gemaakt om mensen nader tot elkaar te brengen en zodoende de vrede te dienen. Met zijn opvattingen over documentatie is hij de grondlegger geweest van de moderne informatiewetenschap.
-
In 1895 richtten Otlet en La Fontaine het Institut International de Bibliographie (IIB) op, dat later zou overgaan in de International Federation for Information and Documentation (FID, 1986 – 2003)
-
Ook werd in 1895 een begin gemaakt met het opzetten van een wereldcatalogus (een universeel bibliografisch repertorium) dat alle beschikbare kennis van die tijd in kaart zou brengen. Het was in feite de eerste grote -encyclopedische- databank. Geschat wordt dat dit archief ergens tussen de 12 tot 17 miljoen lemma bevatte, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Bronmateriaal voor deze beschrijvingen waren niet alleen tekstuele documenten zoals boeken, tijdschriften, kranten of persoonlijke notities. Otlet beschouwde ook objecten als document. Bijvoorbeeld tekeningen, kaarten, affiches, maquettes, modellen, kunstvoorwerpen ed. Otlet richtte zich vooral op inhoudsanalyse en classificatie. Tegenwoordig zou je denken in termen als indexeren, information storage and retrieval, informatiearchitectuur en contentmanagement. Het gigantische repertoriumproject is vaak getypeerd als het “papieren internet”. Je kunt er ook een voorloper in zien van bijvoorbeeld Worldcat en zelfs Google.
-
Want Otlet beperkte zich niet tot beschrijven. Hij bedacht ook een ingewikkeld mechanisch systeem waarmee gebruikers de databank op afstand konden raadplegen en waarmee zij verwante onderwerpen met elkaar konden verbinden. Daarmee was het concept van een zoekmachine en van hyperlinks geboren. Alleen de techniek om deze ideeën vorm te geven ontbrak nog.
-
In Amerika had Melvil Dewey een standaardformaat cataloguskaart (3 x 5 inch, 7,5 x 12,5 cm) vastgesteld. Voor Otlet was dat kaartmodel dé oplossing voor het vastleggen van kleine brokjes kennis. Door zijn toedoen werd deze cataloguskaart ook in Europese bibliotheken de standaard. Cataloguskaarten vind je bijna nergens meer, maar het belang van standaardisatie in bibliotheken en informatievoorziening wordt algemeen erkend.
-
Otlet nam niet alleen Dewey’s cataloguskaarten over maar ook Dewey’s Decimale Classificatie (DDC). Hij bewerkte deze echter tot een veel meer gedetailleerde facetclassificatie, de UDC.
-
De ontelbare kaartenbakken van het repertorium werden ondergebracht in een wereldmuseum (het Palais Mondial, later het Mundaneum genoemd). Het heeft maar korte tijd bestaan (1919-1934). In 1998 werden de overblijfselen alsnog gered. Ze zijn te zien in het Mundaneum museum in Mons (Bergen).
-
Tenslotte vond Otlet een procédé uit om boekpagina’s op microfilm over te zetten, met een daarbij passend leesapparaat (de “bibliophote”). En Otlet had zelfs ideeën over een elektrische telescoop (!), die was verbonden met telefoon en radio. Daarmee zou iemand op grote afstand materiaal uit de databank kunnen opzoeken en als beeld projecteren op een scherm. Otlet voorzag dus al het ontwerp van computers, e-books, readers en multimedia, hoe primitief en schetsmatig het ook overkomt, met de ogen van nu bekeken.
Deze voorbeelden laten iets zien van de veelzijdigheid en de visionaire geest van Paul Otlet. In meerdere opzichten was hij zijn tijd (te) ver vooruit. Op het internet wordt hij soms de “Jules Verne van de informatiewetenschap” genoemd. Toch stond hij niet alleen. Naast Henri la Fontaine kende hij als medestanders o.a. de Duitse chemicus Wilhelm Ostwald, de Oostenrijkse filosoof Otto Neurath, de Nederlandse chemicus Donker Duyvis, de Franse architect Le Corbusier. Otlet heeft veel van zijn plannen niet kunnen verwezenlijken. Ze bleken niet realistisch, de vereiste (computer-)techniek bestond nog niet, er was gebrek aan medewerking of er waren andere tegenslagen. Projecten als de UDC en de FID bleken succesvol. Andere, zoals het Mundaneum, raakten na verloop van tijd in verval. Vooral door toedoen van Otlet’s biograaf, William Boyd Rayward, staan de persoon en de ideeën van Paul Otlet de afgelopen tien jaar weer opnieuw in de belangstelling. Ook vandaag de dag is het nog steeds fascinerend om te lezen hoe deze pionier betekenis heeft gegeven aan het begrip informatie.
In 2005 bezocht ik de tentoonstelling “Visionair België”, georganiseerd ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van België. Een zaal was gereserveerd voor een klein stukje Mundaneum. Een muurtje van op elkaar gestapelde antieke houten kaartenbakken, gevuld met getypte en handgeschreven fiches. Als ik daaraan terugdenk, vraag ik mij af hoe Paul Otlet in deze tijd zou reageren op het bestaan van multimedia pc’s, draadloos internet, Web 2.0 en een bijna onuitputtelijk scala van content-, informatie- en kennismanagementsystemen. Zou hij van mening zijn dat zijn idealen over internationale toenadering en wereldvrede nu dichterbij gekomen zijn?
Meer over Paul Otlet:
William Boyd Rayward: Knowledge Organisation and a New World Polity: the Rise and Fall and Rise of the Ideas of Paul Otlet (PDF)
William Boyd Rayward: Rayward’s Otlet Page: Paul Otlet and Documentation (overzichtspagina)
Michael Buckland: Paul Otlet, Pioneer of Information Management
Wikipedia, artikel over Paul Otlet
Video:
VPRO-Noorderlicht documentaire “Kennis van de wereld, het papieren internet”, uitgezonden op 1 nov. 1998. William Boyd Rayward bezoekt het in verval geraakte Mundaneum. Hij schetst een helder beeld van Paul Otlet en zijn ideeën. Er zijn plannen voor een nieuw Mundaneum museum in Mons (Bergen). (In 1998 opent dit museum inderdaad zijn deuren)
Bekijk hier de video: http://www.archive.org/details/paulotlet
Voetnoot:
(*) Otlet, Paul (1990e). ‘The Systematic Organisation of Documentation and the Development of the International Institute of Bibliography.’ In Rayward, W. Boyd (ed.) (ed.), International Organisation and Dissemination of Knowledge. Selected Essays of Paul Otlet. Translated and Edited with an Introduction by W. Boyd Rayward. Amsterdam etc.: Elsevier, p. 105-111. Oorspronkelijke franse uitgave : L’Organisation systématique de la documentation et le développement de l’Institut International de Bibliographie. IIB Publication No. 82. Bruxelles: IIB, 1907.
In 1934 publiceert Otlet zijn meesterwerk : ‘Traité de documentation’. In hetzelfde jaar echter moet het Mundaneum sluiten. William Boyd Rayward: “The Traité is perhaps the first systematic, modern discussion of general problems of organising information.”












Mooi Nederlandstalig intro-artikel over Paul Otlet. Voor meer informatie, zie InfoDesign en Andrew Wright’s Glut.
En vanzelfsprekend ook niet te vergeten Paul’s pagina op Wikipedia.